De magnifieke Pacific Coast Highway

Immense oceaan, oerbos en wereldsteden
Vanaf het bruisende San Diego willen we rijden. Veel rijden. En daar leent The Pacific Coast Highway, afwisselend Highway 1 en 101, zich perfect voor. We nemen uitgebreid de tijd. Drie weken lang voor al dit natuurschoon. En dat had nog veel langer mogen duren.
De weg vanuit het warme zuiden in California eindigt in het koelere Washington State in het noorden. Zolang we de immense en diep blauwe Pacific Ocean, oftewel de oh zo Grote Oceaan, links van ons houden, dan is navigatie overbodig.
Rijdend door pittoreske surfdorpjes zoals Laguna Beach, waar geld en advocado consumptie de boventoon voert. We rijden langs Los Angeles. Wanneer je er twee keer bent geweest, dan is dat voldoende. Dus slaan we het over. Behalve naar het Hollywood bord (op afstand) en een ere-rondje met onze eigen motoren over Hollywood Boulevard. Dat kunnen we niet overslaan.
In het nog rijkere Malibu schrikken we van de ravage van de bosbranden een jaar eerder. Van de villa’s aan het water, het vuur is dus tot over de weg gekomen, is veelal niks meer over. Soms nog wat hout, stenen of palen. Of een enkele poort.
In Santa Barbara hervinden we onze Californication en lijken we in Mexico te zijn. Zelf de uithangbordjes van ketens zoals Apple zijn vernuftig weggewerkt in de romantische stijl van witte huizen versierd met bougainville.
Daarna volgen donkergroene bergen en rijen eucalyptusbomen. Met zoveel groente-en fruitteelt ertussen dat het lijkt op de Betuwe.
De gezellige Mexicaanse sfeer blijft alom aanwezig en de surf dorpen volgen elkaar op. Waar we van de ene in de andere activiteit vallen.
We stoppen in de klassieke 'Rock n Roll diner' in het toeristische kustplaatsje Oceano, bestaande uit twee voormalige treinwagons. Vroeger dé manier om dwars door het land te reizen. Inmiddels serveren ze hier niet alleen standaard hamburgers maar proeven we ook de zeer smakelijke Griekse invloeden van het vaderland van de eigenaar.
In Morro Bay gaan we in de ankers wanneer we een bioscoop uit de jaren 40 spotten. Je weet wel, zo eentje met veel chroom en zelf opgeplakte letters. En we hebben geluk. De biopic over Bruce Springsteen gaat vandaag in première!
We besluiten te blijven en de romantiek van toen is nog altijd voelbaar.
Highway 1 leidt ons door de hoofdstraat van het plaatsje Cayucos. We kunnen er niet door en vallen met onze neuzen in de boter. Er is net een auto tentoonstelling bezig die de hele hoofdstraat inneemt. Rijen van klassieke auto's van de jaren 30 tot 70, die allemaal blinken in het zonlicht. De baby boomers die ernaast staan glimmen net zo hard van trots. En overladen ons met alles wat zij en deze bolides hebben meegemaakt.
Nog steeds aan de kust ligt San Simeon waar we ons vergapen aan de overdreven pracht en praal van Hearst Castle. Gebouwd door dubieuze mediamagnaat William Hearst die ooit het grootste kranten- en tijdschriftenimperium ter wereld bezat. Hij creëerde hier een kasteel zoals hij ooit in Europa zag. Als Europeanen zijn we sceptisch maar we moeten toegeven. Dat heeft hij best goed gedaan.
En we bekijken de lekker luie elephant seals die met hun neuzen lijken op een olifant en honderden toeristen trekken.
Vanwege een aardverschuiving is een deel van de legendarische PCH gesloten waardoor we omrijden over Highway 46 die ons dwars door wijngaarden in de mooiste herfstkleuren meeneemt.
En komen uiteindelijk bovenaan de afsluiting uit in Carmel-by-the-Sea. Een dorp met kleine straatjes en Spaanse stijl huizen afgewisseld met 'cottage stijl' zoals in Engeland. Kleine boetiekjes, kunstgalleriën en liefelijke restaurantjes.
Zoals The Mission Ranch, opgericht door acteur Clint Eastwood, die ooit burgemeester was van Carmel. Klein, kneuterig, simpel maar smakelijk eten en door de live-muziek een sfeer zoals in de jaren 50 met uitzicht over zee.
Clint is inmiddels fragiel maar laat elke avond zijn eten thuisbrengen vanaf deze plek. Hij zit nu in zijn zalm-fase. Laten wij nou net tonijn besteld hebben.....
Vanaf Carmel rijden we weer even terug naar het zuiden voor Big Sur. Wereldberoemd en we snappen nu waarom.
Big Sur oftewel ‘The Big South’ is normaal gesproken een 155 km lange kustlijn. Zonder een enkel dorpje dat zo heet.
Een perfecte weg kronkelend tussen de woeste, kraakheldere, groen-blauwe Pacific Ocean en zandkleurige hoge rotsen. En over de beroemde Bixby Bridge uit 1932. Om vervolgens in het groen te duiken, door een tunnel van torenhoge en eeuwenoude Redwoods bomen, waar een liefelijk riviertje doorheen loopt.
Maar ehm, wat zijn Redwoods dan?
De hoogste bomen op aarde. De meeste mensen kennen de beroemde Sequoia’s. Dit zijn de hoogste bomen in volume, ze zijn wat voller. De coast Redwoods, deze dus, zijn het hoogste in lengte. Ze groeien alleen in Amerika, kunnen groeien tot 105 meter en bereiken leeftijden van 2000 (coast Redwoods) en 3000 (Sequoia’s) jaar oud. Dat noemen we nog eens een oerbos!
Door hun dikke schors zijn ze resistent tegen vuur. Ze hebben winterregen en zomerse mist nodig om te overleven. Dus staan ze hier goed. Want de magische mist lijkt permanent over de oceaan te hangen.
In het relaxte San Francisco spenderen we een aantal dagen. Lees hier straks meer over deze indrukwekkende stad.
Daarna nemen we een omweg, even weg van de kust, op aanraden van onze Uber-chauffeur. En op de lokale mensen vertrouwen we blindelings!
Route 121 noord, richting dorpje Winters en daarna over op de 128. Kronkelende wegen langs vergezichten, door bergen met loofbomen afgewisseld met wijngaarden. Allemaal in dezelfde nostalgische herfstkleuren.
Winters is een klein maar heel gezellig dorpje waar we een snel broodje bij de tank verorberen. Want we staan te trappelen om weer te rijden!
En het wordt nog mooier! Road 89 richting Madison loopt langs liefelijke fruitbomen en boerderijen. Overgaand op Route 16 met grotere zwierende bochten en spectaculaire vista’s op het diepblauwe meer Lake Berryessa.
Maar het mooiste meer moet nog komen op Route 20 West. Clear Lake lijkt heel veel op het Italiaanse Como meer. Weids en zacht rimpelend in de najaarszon.
Daarna volgen we de PCH weer.
Strakke bochten op een weg die omhoog en diep omlaag gaat, tussen de groenste naaldbomen, herfstige loofbomen en natuurlijk de gigantische Redwoods.
Na het einde van Highway 1 blijft de 1 doorgaan.
In de kleine plaats Piercey lunchen we bij de pomp en vragen aan een medewerker wanneer het beroemde ‘Redwood Forest’ nou eigenlijk begint. Of hadden we het mooiste inmiddels wel gezien?
“You’re in luck, cause it’s starting right here! Check out the 1800 year old tree across the street first. We call him The Grandfather. And then take a detour at Phillipsville for the majestic ‘Avenue of the Giants’. Those are the true big ones!”
Toeval bestaat niet.
WOW! Meer woorden komen er niet meer uit wanneer we tussen deze eeuwenoude giganten rijden. Wat hebben deze bomen allemaal al gezien? Het is niet voor te stellen.
We bedenken ons dat ze hier al stonden toen Europese pioniers dit oorspronkelijke Native American land in bezit namen. En gebukt onder zware omstandigheden van het oosten naar hier reden. Te paard of te voet. Met heel hun hebben en houwen.
Vaak op zoek naar het blinkende goud dat aan de westkust gevonden was en altijd hopende op een beter leven.
We genieten van dit natuurschoon dat bijna al het licht wegneemt. Desondanks voelen we ons beschermd, nietig en dankbaar. Halen diep adem om de grote hoeveelheid zuurstof in onze longen op te nemen. Ondertussen snuiven we geuren op van dennen, vuurkorven en de onmiskenbare herfstgeur.
Bijna 50 km lang kijken we alleen maar bewonderend omhoog.
De intercom die onze motoren verbindt blijft volledig stil.
De volgende dag duiken we diep in onze regenpakken maar dat geeft niks.
De regen laat de natuurkleuren alleen maar meer glanzen.
Oregon volgt als staat Californië op en verveelt geen minuut. De afwisseling van de diepblauwe zee, meren, baaien en wetlands. En oh ja, overal groen, groener, groenst.
We blijven aan de kust want in de binnenlanden zijn meer bergen waar het zo om kan slaan naar sneeuw. Dus de 101 blijft onze weg zolang het kan.
Maar we maken de schoonheid van deze staat volop mee. Zeker wanneer we even afwijken door de ‘Three Capes Scenic Route’ te rijden. Langs Cape Kiwanda en Cape Lookout. Bij Cape Mears lopen we naar een uitzichtpunt met zicht op groene bergen, een groot strand en The Pacific, die vandaag een keer kalm is.
Na een lunch in de leuke stad Astoria nemen we de ellenlange Astoria-Megler Bridge naar onze laatste staat, Washington State. Een speciale brug die halverwege het water in lijkt te duiken.
Deze staat voelt als het einde van de wereld. Heel veel ruimte, weinig huizen behalve een paar ranches en alleen maar pure natuur. De Indian Summer is hier helemaal losgebarsten. Grote bomen vol diep rode en lichtgevende gele kleuren.
Kleine plaatsen zoals Raymond en Aberdeen wisselen zich af. Raymond is stil maar heeft nog iets kneuterigs. We verblijven in een ouderwets motel maar prachtig ingericht met een uit hout gekerfd bed. En een lokale kroeg ernaast waar vaak livemuziek speelt. Deze keer moeten wij het doen met onze eigen The Golden Earring die uit de speakers knalt. Toch best gaaf!
In Aberdeen, tevens de geboorteplaats van zanger Kurt Cobain, zit bijna alles dichtgetimmerd. We vinden er zelfs een internet café!
Men leeft met en voor de natuur. Eenvoud en praktisch zijn voert de boventoon. Trends zijn er niet. De kledingstijl blijft altijd een houthakker-overhemd en trucker-pet.
Als laatste cadeau krijgen we nog het immens grote en doodstille Lake Crescent te zien. Wij zijn net zo stil.
Highway 101 eindigt vlak voor de hoofdstad van Washington, Olympia. Waar de weg gewoon overgaat in de snelweg. Geen symbolisch afscheid, maar een abrupt einde van een weg met oneindig natuurschoon.
2500 Km magnifieke weg langs de altijd veranderende Pacific Ocean, dwars door oerbossen, onder reuzen van Redwoods en door kleine pittoreske dorpjes en grote wereldsteden. Het verveelt geen minuut want er is een grote afwisseling.
Maar uiteindelijk overheerst de krachtige natuur. Of is dat eigenlijk altijd zo?



















