Kalme Canadase hoofdstad Ottawa en oergevoelens in Algonquin Park

Ottawa en Algonquin Park
Ottawa is de hoofdstad van Canada, maar wordt weinig bezocht. Het heeft zelfs een kleiner vliegveld dan andere trekpleisters als Toronto, Québéc en Vancouver. Daarom wilden wij er juist heen!
We vallen meteen met onze neus in de boter bij binnenkomst. Een prachtige route langs het Rideau kanaal waaraan vele grootse bomen staan en klassiek statige huizen. Het is ook een van de koudste steden ter wereld. In de winter kan de temperatuur dalen tot -25 graden en dan kan je schaatsen op het kanaal!
Onze b&b zit, met gedeelde badkamer, ook in zo’n sfeervol huis. Wij bewonen de zolderkamer. Ons buurtje is studentikoos en zakelijk tegelijk. Heel veel ambassades en dichtbij de prachtige Ottawa University met haar grote campus en pittoreske studentenwoningen.
Onderweg naar het centrum stoppen we toevallig bij de grootste brandweerpost van de stad. Nieuwsgierig maken we foto’s van de blinkende wagens die er zoveel flitsender uitzien dan bij ons.
De brandweermannen hebben het rustig en zijn benieuwd naar ons verhaal.
Ze vertellen dat ze gemiddeld 40 (!) branden per dag blussen, hun diensten 24 uur duren en dat hun kleding standaard op de grond ligt zodat ze meteen in kunnen stappen. Er is een wagen om te blussen met uitklapbare trap van 35 meter lang en een pompwagen met gereedschap, die ze gebruiken voor auto-ongelukken en dergelijke. Na al het vertellen mag ik ook nog in de bluswagen zitten mét een loodzware helm op! Ik mis alleen die paal nog, waar ze in films vanaf roetsjen nog.
Ottawa is geen stad met vele bezienswaardigheden, maar heeft wel veel musea. Die wij helaas in deze korte tijd niet kunnen bezoeken.
De stad wisselt moderne wolkenkrabbers af met historische gebouwen. Gezellige restaurantjes en een rustige, gemoedelijke sfeer. Niet zo toeristisch maar daardoor juist gemoedelijk, kalm en puur.
En het is de stad waar de regering gezeteld is. Parliament Hill is gevestigd op voormalig Anishinabèg Algonquin gebied. Via het kanaal werd er tussen deze stam en Bytown (de eerste naam van Ottawa) gecommuniceerd en gehandeld. Voor de bouw van dit kanaal waren natuurlijk werkers nodig. Deze mannen werden overal vandaan gehaald en waren meteen de eerste inwoners van de stad. Sluizen markeren het begin van een route van 202 kilometer die de Ottawa River en Lake Ontario met elkaar verbindt.
Daar dichtbij ligt The National War Memorial. Een imposant monument gewijd aan alle militairen die ooit namens Canada hebben gevochten. Zowel de overlevenden en gesneuvelden, bekend en onbekend. Zo lezen we dat Canada veel eerder betrokken was in de Tweede Wereldoorlog toen ze al in 1941, Hong Kong moesten verdedigen tegen de Japanners.
Vele militairen werden gevangengenomen en verbleven, soms 3,5 jaar lang, onder erbarmelijke omstandigheden, in krijgsgevangenenkampen. 45.000 Canadezen keerden nooit meer levend terug naar huis.
In het gezellige By Ward Market sluiten we de goed gevulde dag af met een overheerlijke Guinness en een Iers stoofpotje. Met een grote glimlach lopen we tijdens deze zwoele zomeravond naar ons tijdelijke thuis.
Zodra we Ottawa uitrijden wordt alles al groener en meer heuvelachtig. Vanaf het dorpje Renfrew, waar de perfect geasfalteerde Route 60 West begint voor ons, is het adembenemend!
Hoge dennen- en loofbomen vormen een lichtgroene tunnel met daarboven een baby blauwe lucht. Wanneer we de tunnel verlaten worden we verrast door sprankelende diepblauwe meren.
Deze keer hebben we een doel: Algonquin Park!
Veel mensen bezoeken dit vanuit het stadje Huntsville met veel leven en hotels.
Hier komen we uiteindelijk terecht maar onze eerste stop is Whitney. De plek waar het park begint vanaf Ottawa. En waarom? Omdat dit een heel puur dorp is met ongeveer twee motels en hetzelfde aantal restaurants, een grocery store en een tankstation. En verder absolute stilte. Goed passend bij het park dus.
Ons tijdelijke thuis wordt 'The Mad Musher' B&B, gerund door de even zo pure Steve.
Deze reiziger en vrije geest was ooit een musher, een hondenslee-bestuurder. Hij vertelt niet waar het mad vandaan komt, maar de twinkeling in zijn ogen zegt genoeg.
Twintig jaar geleden kon zijn rusteloosheid eindelijk aarden in dit kleine dorpje. Hij begon een B&B met een klein restaurant, waar de gerechten door hem bedacht zijn. Simpel, maar zeer smakelijk. De kamers zijn eenvoudig met een bed met houten frame en oranje gordijnen waar net geen licht doorkomt. Een soort gezellig schoolkamp gevoel.
De badkamer wordt gedeeld, net als de keuken waar onze buren hun vers gevangen vis klaarmaken.
Buiten stroomt een beekje waar je een kampvuur kan maken. Mits er geen fire danger is door de droogte, zoals nu.
“Park your bikes behind the building in front of your room. That gives you ánd me a safer feeling”. Deze man snapt ons en alle motorrijders.
We sluiten de dag af buiten af, met een lokaal Muskoka-biertje, nestelend op de oude leren bank. Zo'n eentje die elk jaar beter gaat zitten. We zien de avond vallen kijkend naar het kabbelende riviertje en de rust daalt volledig in.
Natuurlijk is motorrijden door dit gigantische oerbos al een feest, maar de volgende dag zijn we even geen bikers, maar hikers! Want wandelen door deze oerbossen is een must.
Wij kiezen de Track and Tower Trail. Een van de vele trails in dit park dat 7725 vierkante kilometer beslaat. Onze trail is een pad van 7,5 km lang met een hoge moeilijkheidsgraad, vooral vanwege het spectaculaire uitzichtpunt. Nou en dat voelen we wel. Na 5 weken weinig beweging hebben onze kuiten en knietjes het zwaar te verduren. Maar wat is het lekker om weer stevig te wandelen!
We lopen door donkere eeuwenoude bossen met wortels die het pad lijken te omarmen. Omhoog en omlaag over grote stenen en trappen. Elke keer als het licht invalt zien we door groen omringde meren en kabbelende beekjes of een dam. Met als grootste bonus, hét uitzicht over een klein deel van het park en het Cache Lake. Bomen zover als het zonlicht kan reiken.
Ik geloof niet dat we ooit op een mooiere plek onze bammetjes aten.
Voor een kleine bijdrage kregen we aan het begin een boekje mee met informatiepunten. Dat blijkt zeer interessant wanneer we leren dat dit park natuurlijk eerst toebehoorde aan de Algonquin stammen. Omstreeks 1800 tot 1950 werd het park overlopen door toerisme. Het is tegenwoordig nog druk maar nu wordt er veel meer rekening gehouden met het behoud van de natuur. Toentertijd werd er rücksichtslos gekapt wanneer gewenst. Er lag ook een treinrails dwars door het park dat onder meer hout vervoerde voor een rijke zakenman in Ottawa, toen de rivier geen soelaas meer bood. Vele mannen die hieraan werkten overleefden dit niet. Zeker niet toen dynamiet werd uitgevonden.
Zodra route 60 als weg door het park werd neergelegd liep de treinroute langzaam op zijn eind. Het enige dat overgebleven is zijn de stenen pilaren waar de rails op rustte. Deze staan er nog maar de natuur heeft het gelukkig weer overgenomen en alles prachtig overwoekerd.
Het is bijna niet voor te stellen dat in zo’n beschermd park ooit zo’n drukke spoorroute liep. Het is nu zo sereen, groots en mooi. We voelen ons kalm, maar ook zo klein en nietig.
Helaas zien we geen elanden of beren, waar we wel op hopen. Maar een lief eekhoorntje kwam wel spieken of we misschien onze boterham lieten vallen.
Aangezien Steve volgeboekt is rijden we over de spectaculaire Route 60, dwars door het park. Na dit cadeau nemen we afscheid van het park en slapen we vannacht in het eerder genoemde Huntsville.
Een dorpje met een uitstraling als in een Hallmark kerstfilm.
Talloze restaurants in sfeervolle oude gebouwen en klassieke straatlantaarns. Mensen slenteren door de straat zoals dat alleen in de zomer kan. En stoppen traditiegetrouw voor een huisgemaakt ijsje of chocola bij het beroemde The Nutty Chocolatier. Lust je dat niet? Dan is er een grote keuze aan snoep en drop uit alle windrichtingen. Zelfs Nederland.
Na een heerlijke maaltijd aan het water en een fijne avondwandeling terug naar ons motel ploffen we rozig van alle buitenlucht, activiteiten en indrukken, voldaan in ons bedje.



















