De kronkelende Cabot Trail en oneindige Canadese gastvrijheid

De verhalen en muziek van Cape Breton
Niks zo lekker als een frisse ochtendwind strijkend over ons gezicht en daarna een mild zonnetje. Ideale omstandigheden voor The Cabot Trail.
Een waarachtige lusweg van ongeveer 300 km op Cape Breton, langs het noordelijkste punt van Nova Scotia. Vernoemd naar ontdekkingsreiziger John Cabot, die in 1497 hier ergens aan land kwam en dit met geweld vorderde van de Mi’kmaq indianen. Die nu gelukkig hun cultuur weer mogen voortzetten.
Jaren later vestigden zich hier voornamelijk Fransen (Acadians), Schotten en Ieren. Dat is direct te merken aan de verwijzing naar diverse pubs en de dorpjes die dezelfde namen dragen als hun Ierse en Schotse overburen en natuurlijk de Gaelische vertaling op de borden. De taal die een sprookjesachtig gevoel geeft maar volledig onbegrijpelijk is. We passeerden zelfs een Gaelische school.
Een ander boeiend feitje is dat de beroemde Alexander Graham Bell hier interessant onderzoek deed en ook de laatste 30 jaar van zijn leven spendeerde, samen met zijn vrouw.
De voornamelijk goed geasfalteerde weg, iets dat hier door de sneeuw in de winter niet overal gebruikelijk is, kronkelt met prachtige motorbochten langs adembenemende vergezichten. We rijden langs de immense Atlantische oceaan, door eeuwenoude bossen, die tot mijn grote blijdschap al verkleuren naar de herfstkleuren, en van grote hoogtes naar diepe dalen. Alleen maar genieten tot het noordelijkste puntje. Met als bonus het uitzicht over de ‘Aspy Fault’. Een breekpunt dat miljoenen jaren geleden ontstond door het verschuiven van de tektonische platen van de aarde.
Ons thuis voor de komende twee nachten is een kleine B&B bovenaan de trail in Pleasant Bay. Uitkijkend over de zee.
Een klein dorpje met een general store, twee restaurants, geen telefoonbereik, alleen natuur. Oh ja en wifi.
Onderweg naar een restaurant zien we nog twee andere b&b gasten uit hun auto komen. En ineens herken ik een van hen. Zij maakte met een analoge camera een foto van ons tijdens het rijden! Ze zal de foto opsturen en als we zin hebben in een drankje na het eten, dan zit ze met haar vriendin in ‘onze achtertuin aan zee’.
Daar zeggen we geen nee op!
Even later genieten we met z'n vieren met een wijntje in de hand, van de laatste roze strepen in de avondlucht. De twee Italiaanse vrouwen vertellen dat ze samen heel gelukkig zijn. En één van hen wil zelfs trouwen. Maar ze moet haar vriendin nog overtuigen waarom ze dat belangrijk vindt. Als ze het toch ooit besluiten dan vlieg ik met liefde naar Italië om het als BABS officieel te maken!
Er volgt een geanimeerd gesprek over echte dingen. Hele echte zelfs. Want ze vertellen dat ze zich in dit land heel veilig voelen in tegenstelling tot hun eigen land Italië, waar men helaas nog te vaak de ouderwetse normen nastreeft. En ze ook niet naar de zuiderburen van Canada durven reizen. Onvoorstelbaar dat we dit gesprek nog steeds moeten voeren anno 2025.
Gelukkig was tijdens deze avond alleen respect, liefde en vriendschap van belang. Of zoals een van de dames zei: tutti famiglia! En zo zou het altijd moeten zijn.
De volgende dag heeft de morgenstond weer goud in de mond. We zweven van blijdschap over de weg. De ene mooie bocht na de ander. Deze keer aan de oostkant, richting het zuiden. Er is wat meer oponthoud door drukke dorpjes zoals Chéticamp, waar we ons ineens weer in Acadisch (Frans) gebied bevinden. Om de borden een paar kilometer later terug te zien veranderen in Engels en Gaelisch. Het blijft een mooi fenomeen al die culturen door elkaar.
Natuurlijk proberen we nog mee te gaan op één van de populaire walvistochten hier maar helaas is de zee nog altijd te wild.
Tijdens de rij-flow ga ik spontaan in de ankers wanneer ik een pittoresk winkeltje zie midden op een kruispunt. Wederom een general store, die al sinds 1850 bestaat. Klein met het uiterlijk van een kruidenier van vroeger. Alles wat een mens nodig heeft en volledig lokaal. Althans dat laatste blijkt niet helemaal te kloppen. Want de eigenaresse vertelt vol trots dat een van de vroegere eigenaren een Nederlander was en hier veel van onze landgenoten in de buurt wonen. Vandaar de Venz hagelslag, Knorr gerechten en zelfs spritsen van de Jumbo.
Ons eindpunt is Mabou. Een klein dorp met een postkantoor, farmers market, een mini eerbetoon aan de vroegere Hollanders en een museum, waarvoor we helaas te laat waren na onze wandeling.
Geen groot dorp maar wel in muziek. Want Cape Breton is een kweekvijver voor, met name Gaelische, muzikanten.
Na een lange en snikhete wandeling door de imposante natuur blussen we de hitte met een ijskoud biertje in de beroemde Red Shoe Pub die ook al minstens 30 jaar bestaat. En vroeger, hoe kan het ook anders, een general store was.
We worden warm ontvangen, onder andere door onze serveerster die ons niet alleen enthousiast bedient, maar ook aanbiedt om te fungeren als taxi naar onze Airbnb, aangezien taxi's hier schaars zijn. En dat binnen het eerste kwartier dat we met elkaar spreken. De oneindige Canadese gastvrijheid blijft ons verbazen!
Twee zeer getalenteerde vrouwen spelen hun opzwepende Celtic klanken waardoor de voeten op de vloer stampen.
En dan gebeurt het. Een uur daarvoor zag ik twee Aziatische mannen richting de pub lopen met bagage, ieder een fietsband en een viool. Je begrijpt dat mijn nieuwsgierigheid bijna niet te houden was maar ik dacht dat ze doorgelopen waren.
Totdat de, naar wat ik verkeerd had ingeschat, lichtelijk stijve zakenmannen, hen tegenkwamen bij het weggaan, hun verhaal aanhoorden en regelden dat ze konden spelen.
Waarom? Omdat deze muzikanten vanuit Japan naar Toronto waren gevlogen, ongeveer 2000 km hier vandaan. Daarna vervolgden ze hun weg met de fiets (!), op zoek naar fiddlers, vioolspelers in het Gaelische/country genre, om daarvan te leren.
Ze dachten dat er vanavond een open mic night was en namen heel hun hebben en houwen mee hiernaartoe. Van de fietsen waren alleen nog twee banden over. Op het moment dat ze de dames zagen spelen durfden ze niks te vragen tot de vriendelijke mannen hen een kans gaven.
Zoals alleen echte muzikanten kunnen schudden ze een hand, vinden de juiste toonsoort en spelen samen alsof ze nooit anders deden. Als bedankje krijgen ze van de pub eten en T-shirts als herinnering. De overige gasten, waaronder wij, geven een donatie voor een slaapplek.
Diep ontroerd nemen we plaats in de auto van onze serveerster. We zitten knus tussen de dozen met T-shirts, die ze verkoopt als tweede baan. Onder onze voeten kraken onder andere haar onbetaalde rekeningen en talloze frisdrank-bekers.
Dankzij haar zijn we vliegensvlug 'thuis'. Uit dankbaarheid voor deze warme geste doneren we aan het fonds voor haar toekomstige huis.
Zodra je hier de deur uitstapt en mensen ontmoet beginnen de verhalen van Canadese gastvrijheid. Elke keer oprecht, uit het hart en positief. Mensen zijn vriendelijk en genereus op een manier die wij bijna niet meer kennen.
Je zou er maar gewend aan raken.



















